Plaagdieren in de tuin

De tuin is een stukje natuur en leven en daar horen ook dieren en insecten bij. Hartstikke leuk, dat egeltje dat je in de avond hoort ritselen. Maar wat als allerlei plaagdieren de overhand nemen in je tuin? En dan plagen deze diertjes niet alleen jou, maar het verzwakt ook je planten.  Nu zijn er natuurlijk allerlei middeltjes te koop, maar bestrijdingsmiddelen zijn ontzettend slecht voor het milieu en leven in de tuin. Gelukkig zijn er tegenwoordig ook veel biologische middelen te koop, maar wil je het echt biologisch aanpakken, zorg dan voor een goed biologisch evenwicht!

1. Houd je planten gezond
Door je planten in goede conditie te houden, kunnen ze zich beter weren tegen plagen. Geef ze dus voldoende voedingsstoffen probeer droogte en hitte te voorkomen.
Gebruik organische mest, zoals compost als voeding. Ook kun je zo nu en dan de bladeren van de planten eens vernevelen met zeewiermest. De GARDENA Comfort drukspuit is hier een ideaal product voor.

2. Gebruik de waterspuit
Is de plaag nog niet zo erg? Dan kun je al veel doen met een krachtige, koude waterstraal. Omdat luizen slecht tegen de kou kunnen, zullen ze door de kou van het water loslaten. De kracht van de straal zal hier natuurlijk ook in meehelpen. Als je regelmatig je planten controleert, dan kun je beginnen plagen hier goed mee bestrijden.

3. Kies de juiste planten
Elke plant heeft eigenschappen, de een is dan ook gevoeliger dan de ander. Sterk geurende planten, zoals knoflook en lavendel, worden vaak geweerd door plagen. Zet deze plant dus naast een kwetsbare plant ter bescherming. Ook kun je gebruik maken van ‘vangplanten’, dit zijn planten waar luizen graag op zitten, maar waar de plant (vrijwel) geen last van heeft. Een voorbeeld van zo’n plant is de oost-indische kers.

4. Trek nuttige dieren aan
Laat de natuur zijn werk doen. Vrijwel alle plaagdieren hebben natuurlijke vijanden. Voor slakken zijn dit egels, vogels en mollen. Voor luizen zijn dit lieveheersbeestjes en wespen. Maak je tuin daarom extra aantrekkelijk voor deze nuttige dieren. Ruim je tuin daarom niet te netjes op, zodat je voor voldoende beschutting zorgt voor deze diertjes. Spit niet teveel, zorg voor een goede bodemleven en geef regelmatig compost. Dan laat je de natuur voor je werken.

5. Vang schadelijke insecten
Voor vrijwel alle insecten zijn er diervriendelijke manieren om deze te vangen. Vaak is dit ook nog een low-budget manier. Zo heb je alleen een bloempotje nodig om oorwurmen te verwijderen. Zet deze pot omgekeerd, op een bamboestok op de grond en vul deze met stro. ‘s Ochtends kun je de gevangen oorwurmen dan makkelijk verwijderen. Slakken vang je met biervallen en motten met een feromoonval. En zo zijn er nog vele andere manieren om allerlei plagen diervriendelijk te vangen.

Getagged als: